
Wat betekent de afschaffing van quasi-immuniteit voor ondernemers?
Op 1 januari 2025 verdween de quasi-immuniteit voor hulppersonen uit de Belgische wetgeving. Bestuurders, werknemers, zelfstandige dienstverleners en andere hulppersonen kunnen voortaan persoonlijk aansprakelijk gesteld worden voor hun fouten. Een wetswijziging die aanzienlijke gevolgen met zich meebrengt, ook voor founders van startups en scale-ups. Wat veranderde er en waarop let je als ondernemer best? Tessa Gijbels van het advocatenkantoor Four & Five licht toe.
Quasi-immuniteit geschrapt uit het wetboek
Tessa Gijbels is vennoot bij het Antwerpse advocatenkantoor Four & Five en adviseert in die functie (startende) ondernemers rond commerciële overeenkomsten, het vennootschapsrecht en allerhande ondernemingsrechtelijke vraagstukken, waaronder de bestuurdersaansprakelijkheid.
“De quasi-immuniteit bood onder het oude recht een bescherming aan de personen die in opdracht van een vennootschap handelden — de zogenaamde uitvoeringsagenten of hulppersonen. Fouten in de uitvoering van een overeenkomst konden zo niet rechtstreeks op de bestuurders, werknemers, zelfstandige dienstverleners en andere hulppersonen van een vennootschap verhaald worden. Medecontractanten moesten zich daarvoor richten tot de onderneming, en niet tot de individuele hulppersonen.”

Sinds 1 januari 2025 is dit veranderd en verdween de quasi-immuniteit voor hulppersonen uit de Belgische wetgeving. Tessa Gijbels: “De afschaffing van de quasi-immuniteit voor hulppersonen kadert in de bredere hervorming van het Burgerlijk Wetboek, waarbij België zich afstemt op haar buurlanden. Bovendien wil de wetgever met deze aanpassing de positie van medecontractanten versterken. Als een onderneming failliet gaat, biedt de nieuwe wetgeving een extra bescherming voor de medecontractant, omdat die medecontractant de individuele hulppersonen nu rechtstreeks kan aanspreken.”
“In de rechtsleer is er nog discussie over de verhouding tussen het vennootschapsrecht en de nieuwe bepalingen van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Sommige vragen zijn nog niet helemaal uitgeklaard. Het zal afhangen van hoe de rechtspraak de nieuwe regels in de praktijk interpreteert. Ondernemingen moeten er wel op voorbereid zijn dat medecontractanten voortaan niet alleen de vennootschap zelf kunnen aanspreken, maar dus ook hun individuele hulppersonen. Wie zijn hulppersonen vandaag niet actief beschermt, zet hen morgen mogelijk in een kwetsbare positie.”
Aansprakelijkheid en beschermingsmechanismen
Tessa Gijbels: “Dat wil concreet zeggen dat bestuurders, werknemers, zelfstandige dienstverleners en andere hulppersonen sinds 1 januari 2025 persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor buitencontractuele fouten in de uitvoering van een overeenkomst. Een onzorgvuldigheid tijdens het uitvoeren van hun taken, een gebrek aan toezicht of controle, of het niet naleven van wettelijke verplichtingen vanaf nu kunnen leiden tot persoonlijke aansprakelijkheidsvorderingen.
Gelukkig betekent de aanpassing niet dat hulppersonen vanaf nu helemaal onbeschermd zijn. Tessa Gijbels: “Er bestaan nog enkele interessante manieren om hulppersonen te beschermen. Zo is er de dubbele doorwerking van verweermiddelen (één juridische redenering levert dan een fiscaal voordeel op en heeft tegelijkertijd een impact op andere rechten en plichten (red.)) en kan je een bijkomende contractuele bescherming voorzien voor hulppersonen.”
Wie zijn hulppersonen vandaag niet actief beschermt, zet hen morgen mogelijk in een kwetsbare positie.
“De dubbele doorwerking van verweermiddelen betekent dat hulppersonen zich niet alleen op de aansprakelijkheidsbeperkingen zoals voorzien in hun eigen overeenkomst met de vennootschap kunnen beroepen, maar ook op de aansprakelijkheidsbeperkingen zoals voorzien in de overeenkomst met de medecontractant. Verder kan je als onderneming in de overeenkomsten met hulppersonen ook een vrijwaringsclausule opnemen. De onderneming verbindt zich er in dat geval toe om de schade – eventueel beperkt tot een bepaald bedrag – op zich te nemen als de hulppersoon persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld door een medecontractant. Wel belangrijk: het voorgaande geldt niet bij opzettelijke fouten of schade die de fysieke of psychische integriteit van een persoon aantast.”
Terug naar het oude recht? Dat kan!
Deze nieuwe wetgeving is weliswaar van aanvullend recht. Dat betekent dat je ervan mag afwijken. Partijen kunnen in hun overeenkomst afspreken om de oude situatie – mét de quasi-immuniteit – terug in te voeren. Tessa Gijbels: “We raden ondernemingen sterk aan om hun overeenkomsten met klanten onder de loep te nemen. Voer de quasi-immuniteit terug in en bekijk zeker de aansprakelijkheidsbeperkingen in de overeenkomsten. Doe je dat niet, dan is de nieuwe wetgeving van toepassing. Kijk ook zeker naar oudere overeenkomsten met een duurtijd na 1 januari 2025.”

“Ook de overeenkomsten met de hulppersonen pak je er best opnieuw even bij. Werknemers zijn wettelijk al redelijk goed beschermd. Zij kunnen enkel persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor bedrog, zware fouten en lichte fouten die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomen. Toch kan het in sommige gevallen nuttig zijn om in de arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement aanvullende afspraken te maken. Voor zelfstandige dienstverleners – denk aan freelance CEO’s, consultants en onderaannemers – ligt dat anders. Die zijn niet wettelijk beschermd. Wil je ook hen beschermen, dan kan je in de overeenkomst met deze hulppersonen een vrijwaringsclausule opnemen. Spreekt een medecontractant de zelfstandige dienstverlener of onderaannemer toch persoonlijk aan, dan komt de onderneming tussen in de kosten en vergoedt ze de schade van deze hulppersoon. Raadpleeg ook zeker je verzekeringsmakelaar en controleer of de aansprakelijkheidsverzekeringen van de vennootschap ook de hulppersonen beschermen in geval van buitencontractuele aansprakelijkheid. Is dat niet het geval, raden we ondernemingen aan om hun verzekeringen uit te breiden.”
“Samengevat, wil je als onderneming jouw hulppersonen extra beschermen, dan moet je dat vastleggen in je overeenkomsten en algemene voorwaarden. Daarmee kan je hen een bescherming bieden die te vergelijken is met de vroegere quasi-immuniteit. Het belangrijkste is dat je als onderneming niet afwacht. Doe je niets, dan riskeren jouw bestuurders, werknemers, zelfstandige dienstverleners en andere hulppersonen persoonlijke aansprakelijkheidsvorderingen van medecontractanten. Zeker in een conflictsituatie kan de nieuwe wetgeving worden ingezet om extra druk uit te oefenen op de vennootschap.”
En wat met bestuurders?
Bestuurders zijn sowieso al goed beschermd onder het vennootschapsrecht. Tessa Gijbels: “Hun aansprakelijkheid is o.m. begrensd – er is een cap on liability. Hoe hoog die begrenzing is, hangt af van de omzet en het balanstotaal van de vennootschap. De aansprakelijkheid van kleinere vennootschappen is bijvoorbeeld beperkt tot een bedrag van 125.000 euro, terwijl de aansprakelijkheid voor grote (al dan niet beursgenoteerde) vennootschappen kan oplopen tot enkele miljoenen. Een aanvullende bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (d.i. een D&O- of Directors & Officers-verzekering) is op dit vlak een absolute aanrader.”
Een goede bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering beschermt de bestuurders van een vennootschap tegen de financiële gevolgen van persoonlijke aansprakelijkheidsvorderingen. Ze dekt niet alleen schadevergoedingen, maar vaak ook de verdedigingskosten.
Tessa Gijbels: “Wel opletten, een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is geen standaard onderdeel van een gewone bedrijfsverzekering. Als onderneming doe je er dus goed aan om samen met je verzekeringsmakelaar te bekijken of de bestaande aansprakelijkheidsverzekeringen volstaan en neem je waar nodig extra maatregelen .”
